voor het creëren van harmonie met onze innerlijke en uiterlijke omgeving, het humaniseren
van moderne technologie, integreren van wetenschap en spiritualiteit
en het
ontdekken van de wetenschappelijke realiteit achter godsdiensten.
www.biogeometry.org © Johan van Vulpen.
laatste wijziging:
22 jan 2004
Dit is een verhaal dat Ibrahim Karim tijdens het seminar van 27 feb -
Het is gebaseerd op een verhaal in het boek
Er zijn mensen, die zeggen dat de "prehistorische" mensen op aarde, primitieve hol-
Dat is moderne psychologie en filosofie.
In die tijd hadden ze niet iemand als Sigmund Freud. Daar hadden ze de tijd niet
voor. In het begin was de mensheid uiterst pragmatisch ingesteld. Ze zochten de meest
praktische manier om te (over)leven. Hoe zagen die mensen de werkelijkheid?
In de
ontwikkeling van het bewustzijn is er een heel groot verschil tussen hoe we de wereld
nu zien en hoe iemand van dat deed pakweg 50.000 jaar geleden.
Wanneer de technologie
vooruit gaat, verandert de manier waarop wij tegen dingen aankijken. De realiteit
zoals wij die zien verandert omdat de realiteit gemaakt wordt door het betekenisniveau
in onze hersenen. In onze hersenen is een gegevensbestand dat continu verandert en
continu wordt gevoed met gegevens. Op die manier is de realiteit van iemand van vandaag
-
Dus wanneer je terug gaat naar de eerste mensen, was de realiteit/bewustzijn
iets tussen wat we vandaag een droom-
Ze waren zich bewust van dingen
die we in de wereld van de dromen zouden plaatsen. Voor hen bijvoorbeeld was er niet
zoiets als "leer een aura zien van een mens" omdat -
Stel je voor dat ik een holbewoner ben en dat ik naar een dier kijk. Ik zie een soort
van licht rond het dier, ik zie licht rond de bomen en voorwerpen. Dus een voorwerp
is voor mij niet een puur fysiek iets, maar fysiek met wat lagen van licht er om
heen. Dan valt het mij op dat wanneer een tak van een boom een bepaalde vorm heeft,
het licht van die tak erg veel kan lijken op die van een dier of iets wat dezelfde
vorm heeft. Wanneer ik een lijn op de grond teken, verandert het licht van die lijn
en op die manier begin ik te begrijpen dat er een verband is tussen de vorm van die
dieren en en het licht dat ze uitstralen. Dan valt het mij op dat wanneer jagers
naar en dier wijzen, hun licht verandert en ongeveer hetzelfde wordt als dat van
het dier. Er gebeurt dan ook iets heel merkwaardigs: ik zie dat het licht van het
dier verandert. Wanneer ze over het dier spreken, verandert het licht van het dier.
Je kunt je het voorstellen als resonantie bij muziek. Wanneer je een snaar aanraakt
en laat trillen, gaat een andere snaar meetrillen en ze veranderen, dus er vindt
een soort van informatie-
Ons gegevensbestand
wordt gevormd en bijgehouden door de vijf zintuigen. Eén van de meest directe zintuigen
die daar aan bijdraagt is de huid. We komen daar later (in het seminar) op terug
wanneer we alle vormen van helen bespreken die verband houden met de huid. Daarom
is de huid een heel belangrijk opslagmedium voor informatie.
Dus wanneer ze de huid
van het dier dragen hebben ze ook zijn informatie-
Toen ze dat gevonden hadden en in de grot gingen, werd de artiest het
onderwerp, hij is het dier of zoals de uitdrukking zegt: hij kroop in de huid van
het dier. Wanneer hij zich dan uit in de kunst, zal de expressie héél erg natuurgetrouw
zijn. Daarom staan we verbaasd dat die mensen 50.000 jaar geleden zich zo realistisch
konden uitdrukken. Het heeft een beweging die zowel natuurlijk als expressief is.
Uit energie oogpunt laat het op de muur heel goed de energie van het dier zien. Dat
is niet logisch voor iemand die tracht te leven en te overleven -
Je hebt die tekening en
stel dat je wilt gaan jagen. Ik wil op die grote stier gaan jagen, maar alles wat
ik heb, is deze kleine speer die ik zelf heb gemaakt. Wanneer ik die naar hem werp,
zal het niet veel doen. Het zal de stier hoogstens wat kietelen en hij schudt het
van zich af en loopt weg. Maar wat als ik mijn jacht in de grot kan beginnen, wat
als ik naar de tekening ga en de jacht daar begin? Mogelijk toen ik het de eerste
keer deed, had ik mijn speer in de hand en zei tegen mijn vriend: ik ga de stier
hier raken. Ik wees met mijn speer naar de plaats en plotseling gebeurde er iets
met de 'echte' stier buiten. Dat is prachtig, ik kan binnen in de grot met jagen
beginnen.
Dit alles is voor die mensen werkelijkheid, praktisch, er is geen illusie,
er is geen magie, want het is geen magie of wetenschap, het is enkel een praktische
manier van leven. De mensen hadden niet de logische redenering: door op die manier
gebruikt te maken van de tekening wordt de energie van het dier verzwakt en als ik
dan naar buiten ga en met een lans naar het dier gooi, zal het langzaam weglopen
met verzwakte energie en is er een kans dat het zal neervallen en ik kan mijn prooi
pakken. Die mensen hadden een zeer pragmatische manier van leven. Vandaag de dag
noemen we dat misschien magie of bijgeloof. Nu gaan we een stap verder in het verhaal.
Ik
ben heel blij, want ik heb het dier geraakt en het heeft een zwakke energie. Ik ga
achter het dier aan, verschuil me achter de rotsen zodat het me niet aanvalt. Het
dier gaat weg en ik wacht tot het neervalt. Dan gaat het dier naar een plaats met
een waterbron om te drinken. Wanneer het daar komt, krijgt het plotseling een sterke
energiestraling en het gooit de lans af. Het dier is in goede gezondheid, de wond
is genezen en het gaat er snel vandoor.
Dan vraag ik mij af: wat is dat voor een plaats,
wat is dat licht? Ik ga terug naar mijn stamgenoten en vertel van het licht en op
het moment dat ik naar de bron wijs, wordt ik met het licht omgeven. Dit is het eerste
ritueel, een praktisch, zeer pragmatisch iets. Je weet dat mensen van dieren leren
door ze te imiteren. Nog een stap verder: waarom nemen we niet de zieken en gewonden
naar deze plaats en zetten ze daar neer? We zagen dat wanneer de dieren van het water
drinken, ze meer licht uitstralen. Dus waarom niet water aan de zieken geven?
We schrijven
deze energie toe aan de aarde, dit is iets dat de aarde ons geeft, het geeft ons
water met deze energie. Op die manier gaan we een wisselwerking krijgen met deze
energie en dan gebeurt er iets vreemds bij deze interactie. Zoals bij de interactie
met een dier, treedt er een uitwisseling van informatie plaats zodra ik in wisselwerking
treedt (resonantie) met de energie van de waterbron. Bij resonantie is er sprake
van uitwisseling van informatie, waarbij beiden een kopie zijn van elkaar; elk heeft
de volledige informatie van elkaar.
Zodra er sprake is van een interactie tussen jou
en die plaats, zal de energie van die plaats jouw volledige informatie gecodeerd
opnemen. Wanneer de stam daar vaak naar toegaat, zullen de mensen met de tijd merken
dat er een uitwisseling is tussen hen en de plaats van de bron. Het is alsof de plaats
tegen ze spreekt, ze informatie geeft. Ze kunnen tegen de plaats praten en de plaats
praat terug omdat hun onderbewustzijn één is met de plek. In plaats van tegen je
eigen onderbewustzijn te praten, staat een collectief bewustzijn voor je; collectief
omdat de hele stam er naar toe gaat. Dat sterke collectieve bewustzijn treedt in
wisselwerking met het eigen bewustzijn. Dit praten met het collectieve bewustzijn
bij die plaats is het begin van de verpersoonlijking van die energieplaats.